Maandag 26 augustus: Steeds beter!

Je hebt van die dagen waarop je denkt: “dat kan ik!” en dan doe je het en je kunt het dus ook. Fantastisch, schouderklopje, goed gedaan Kleijwegt! Vorige week had ik zo’n week waarbij ik dagelijks de “dat kan ik” ervaring had. Op maandag had ik eindelijk genoeg moed verzameld om met het ziekenhuis in Hoorn te bellen om te zeggen dat ik verder in Purmerend  behandeld wil worden. Mijn vertrouwen in Hoorn is de laatste tijd niet zo groot meer. Toegegeven: de operatie is gelukt, ik heb een werkende stoma en de onderkant is vakkundig gesloten. Eerder heb ik al gemopperd over het feit dat ik heel veel langer op de uitslag van het weefselonderzoek moest wachten dan nodig was. Nadat de nietjes uit mijn buik waren verwijderd kwam ik er thuis achter dat er nog een nietje in mijn navel was blijven zitten. Slordig! Een paar dagen na de operatie, op zaal nog, kwam de verpleegkundige met de mededeling dat “…ze zo maar een verkeerde naam bij mijn medicijnen hadden gezet…” Ik heb van Karin, mijn zus en medewerkster van de ziekenhuisapotheek in Purmerend wel eens gehoord over hoe vaak alles gecontroleerd wordt, dus ik ben zelf maar even gaan kijken bij de medicijnenkar. Daar bleek dat het bakje voor mij, in zaal 4 bed 1 er nog in zat, en dat het bakje voor de mevrouw/heer in zaal 1 bed 4 in handen van de verpleegkundige zat. Slordig! Een paar weken geleden krijg ik erg veel pijn en een harde verdikking boven mijn stoma. Gebeld met het ziekenhuis, “ja, daar moet de dokter wel even naar kijken, u kunt hier over twee en een halve week wel terecht, dan is hij terug van vakantie” Wat moet je? Nou, de wijkverpleegkundige vertrouwde het niet en raadde me aan om naar de huisarts te gaan. Daar kon ik de volgende dag al terecht, toen waren de klachten wel al flink afgenomen. Zij constateerde dat het om een littekenbreuk ging, en dat ik geluk heb gehad dat er geen darmen knel hebben gezeten. Voortaan meteen de huisarts bellen of de huisartsenpost. Poeh! Twee dagen daarna ging ik naar de stomaverpleegkundige, die bevestigde dat littekenbreuken vaker voorkwamen bij een colostoma, daarom moet je ook die buikspieroefeningen doen. “Oh… u had dat boekje daarover nog niet gehad, en ze hadden er ook niets over verteld? Nou alstublieft, hier kunt u alles in nalezen.” Slordig! Kortom, ik ga vanaf nu naar het ziekenhuis in Purmerend, waar ik waarschijnlijk door dezelfde chirurg zal worden gezien, en voor de stomaverpleegkundige moet ik gewoon naar Hoorn blijven gaan, want die zit niet meer in Purmerend. Ben ik er iets mee opgeschoten? Ja, de benzinekosten zullen iets omlaag gaan, dus toch maar een schouderklopje. We gaan door met dinsdag, waarop ik thuis heb gewerkt, en mijn nieuwe wasautomaat werd bezorgd. De wasautomaat staat in de berging, en de laatste tijd was dat een verzamelplaats geworden voor alles waar ik even geen raad mee wist. Ik ben geen superhuisvrouw, maar zelfs ik zag dat het een puinhoop was en ben als een witte tornado (wie is oud genoeg om deze uitdrukking nog te kennen?) door het hokje gegaan, ik heb zelfs de vloer gedweild! Nog een schouderklopje. (Overigens ben ik heel blij met de nieuwe automaat, hij heeft zo’n extra deurtje waarin je alle onderweg naar de wasruimte verloren sokken en ondergoed tijdens het wasprogramma alsnog kunt toevoegen, daar is over nagedacht). Omdat de wijkverpleegkundigen steeds enthousiaster reageren op de wond “daar beneden” heb ik netjes aan de oncologisch verpleegkundige gevraagd of ik misschien al weer een beetje mag fietsen. Dat mocht, als het maar met mate was. Kwam dat even goed uit, want ik had al besloten dat ik woensdag- en donderdagochtend in plaats van thuis te werken naar kantoor zou gaan. Dat is 5 minuten fietsen én weer een stapje dichter bij normaal leven! De schouder begint inmiddels beurs te worden, maar toch: klop klop (twee dagen). Ter afsluiting van de week ben ik vrijdag zelf met een vriendin in mijn Chevy naar Ouwehands Zoo in Rhenen gereden. Zowel voor mij als voor de Chevy een flinke afstand die helemaal geen kwaad kon. Het was een leuke, maar vermoeiende dag. Mijn schouder ziet nu bont en blauw, maar toch maar weer een klopje. En toen kwam zaterdag, waarop ik ’s avonds bij vrienden was uitgenodigd voor een bbq. Helaas, mijn lichaam zei me dat het mooi was geweest en dat ik maar beter op de bank kon gaan liggen. Ik ben wel even langs geweest, maar na een uurtje ging het kaarsje uit. Toch maar weer naar huis. Zondag ook maar heel rustig aan gedaan, en vandaag ga ik alle klusjes doen die ik dit weekend heb uitgesteld. Morgen werk ik thuis, en woensdag en donderdag wil ik wel weer op de fiets naar kantoor ’s morgens, maar dan ’s middags gewoon weer thuis achter de computer, met tussenpozen om het zitvlak te laten herstellen. Als je het zo opschrijft lijkt het niets…gewoon wat iedereen toch doet? Maar voor mij waren het grote stappen, die ik huppelend geprobeerd heb te nemen. Misschien is het beter om dat schuifelend te doen, maar je wordt het zo beu om altijd maar rekening te moeten houden met een lijf dat nog niet helemaal wil. Dus als ik wil huppelen dan doe ik dat, en als dat betekent dat ik daarna even niet zo mobiel meer ben …. jammer dan. O ja, ik heb voor volgend jaar juni een reisje naar Engeland uitgezocht (tenminste, als je daar als Europeaan dan nog mag komen na de Brexit),  ik durf dus alweer wat verder vooruit te kijken. Het gaat steeds beter!

Wordt vervolgt………