Waddenmeeuw

 

Op het Texelse strand, aan de Slufterkant, kropen wat jonge meeuwen uit hun ei, klaar voor hun eerste smulpartij. Hun ouders brachten spiering en aal als ochtend-, middag- en avondmaal. Want meeuwen, zoals we allemaal weten, die willen het liefste vis eten. Nou…..eigenlijk niet allemaal, dat blijkt dus wel uit dit verhaal: de jongste, een eigenwijze jongeheer,  wilde na een tijdje geen vis meer. Hij vond dat het stonk en het zat vol met graten, maar hoe hij ook klaagde, het mocht hem niet baten. Zijn moeder zei: “je eet het, of je gaat over de knie, vis is heel gezond, zit vol omega drie.” Maar ons meeuwtje was een vreselijke zeurpiet en jengelde maar door: “ik lust het niet!” Zijn pa zei: “als jij geen vis wilt vind ik dat best, maar dan verlaat je vanmiddag nog dit nest. Je veroorzaakt onder meeuwen een schandaal, ga zelf maar op zoek naar een smakelijk maal” “Nou”,  dacht de puber,  “dat moest ik maar doen, we zitten toch midden in het toeristenseizoen. Ik ga bij de strandtenten rondhangen, dan zal ik allicht een hapje kunnen vangen.” Zo gezegd, zo gedaan en allemachtig….de strandbezoekers vonden het prachtig. Hij kreeg patat en hij kreeg bitterballen en at alles wat de mensen zoal laten vallen. Hij fladderde van friettent naar strandpaviljoen, en hoefde voor zijn eten nooit moeite te doen. Maar zo langzaamaan werd het minder lang licht, en op een dag ging bijna alle horeca dicht. De badgasten riepen: “tot volgend jaar, dan  staan we hier weer voor je klaar”.   Onze meeuw was inmiddels best wel volwassen, en zou dus eigenlijk goed op zichzelf moeten passen. Maar ja, dat had hij nooit geleerd, en opeens ging alles zó verkeerd. Want al hoeft een meeuw dan geen vliegbrevet, door al dat junkfood was hij veel te vet. En toen hij probeerde de lucht in te gaan flapperden zijn vleugels wel, maar zijn poten bleven staan! Hij kwam geen meter van de grond en dat is voor meeuwen niet gezond. Waggelend is hij toen de duinen in gegaan, en had daar die winter een karig bestaan. Hij kon door wat beukennootjes overleven, en at besjes die waren overgebleven. Zijn overgewicht begon af te nemen en daarmee verdwenen ook zijn vliegproblemen. Na die winter ging het niet vaak meer mis en at hij hoofdzakelijk rauwe vis. Maar soms, dat zat toch in zijn psyche, zag je hem naar de snackbar vliegen. Daar ging hij dan zogenaamd op visite, maar hij bleek toch vooral van patat te genieten. Laten we hem dat nu maar vergeven, we wensen hem een  smakelijk leven!

 

Eén gedachte over “Waddenmeeuw”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *